|
|
| ||||||||||||
Voor het afval van categorie C (hoogactief kort- of langlevend afval) moet de bergingsoplossing bescherming bieden gedurende periodes die de tijdspannen die beschouwd worden in het kader van klassieke industriële projecten overtreffen (enkele tientallen of enkele honderdduizenden jaren). Pas na deze extreme periodes is de radioactiviteit door natuurlijk verval verzwakt tot een niveau dat nog maar een fractie vormt van de natuurlijke straling waaraan ieder van ons permanent wordt blootgesteld. De oplossing die op internationaal vlak aanbevolen is en die de referentieoplossing in België vormt, is diepe berging. Op internationaal vlak zijn de wetenschappers het eens: berging in een stabiele geologische laag is een geschikte oplossing voor het langetermijnbeheer van radioactief afval. De gastformaties die meestal beschouwd worden, zijn zout (lagen of koepels), kristallijnegesteenten (graniet) en klei. Steeds meer landen opteren voor klei (Zwitserland, Frankrijk, ...) In België wordt deze oplossing al meer dan 25 jaar bestudeerd. Het onderzoek dat door NIRAS wordt verricht, in samenwerking met het SCK·CEN (StudieCentrum voor Kernenergie in Mol) en verschillende studiebureaus en universiteiten, heeft tot doel na te gaan of de berging in een weinig verharde klei (zoals de Boomse klei in Noordoost-België) de veiligheid van mens en milieu op lange termijn kan waarborgen. Zoutformaties zoals in Duitsland, komen niet voor in de Belgische ondergrond. Granietformaties, zoals men voor berging gebruikt in Zweden en Finland, komen wel voor, op meer dan 2.000 meter diepte, maar zijn nooit verkend geweest. De Boomse klei is al miljoenen jaren stabiel en zou stabiel moeten blijven gedurende de periodes die noodzakelijk zijn opdat het afval onschadelijk zou worden. Hoewel alle conclusies positief zijn, moet het onderzoek nog enkele jaren worden voortgezet vooraleer een concrete beslissing kan worden genomen over de manier en de plaats waarop dit afval effectief zou kunnen worden geborgen. Naast het technisch onderzoek moet ook een maatschappelijke dialoog worden gestart over de manier waarop België het afval van categorie C op lange termijn wenst te beheren. ______________________________________________________________________ Een maatschappelijk aanvaardbare oplossing Het onderzoek dat tot vandaag werd uitgevoerd, beperkt zich tot de wetenschappelijke en technische aspecten en evalueert het vertrouwen in de veiligheid, de haalbaarheid en de robuustheid van het bestudeerde bergingssysteem. Een langetermijnoplossing voor radioactief afval moet echter niet alleen veilig en technisch haalbaar zijn, ze moet ook aanvaard worden door de maatschappij. NIRAS is zich er in het bijzonder van bewust dat een oplossing, ook al ze wetenschappelijk correct, toch niet zal kunnen worden uitgevoerd zonder politieke consensus en maatschappelijke aanvaarding. Daarom worden de verschillende bergingsoplossingen voor het afval van categorie A besproken binnen de lokale partnerschappen. Wat het afval van categorie B en C betreft, is NIRAS van mening dat de maatschappelijke dialoog met alle betrokken actoren zoveel mogelijk aangemoedigd moet worden. Daarom zal het Onderzoeks- en Ontwikkelingsprogramma van NIRAS in de komende jaren proberen het evenwicht te herstellen tussen de technische, wetenschappelijke en maatschappelijke aspecten. Concreet betekent dit dat de deelneming van de maatschappij zal worden georganiseerd in het kader van een echte dialoog, die openstaat voor alle actoren. Er moet immers een besluitvorming tot stand komen die beantwoordt aan de verwachtingen van de maatschappij. NIRAS moet dus representatieve structuren van de maatschappij in haar geheel ontwikkelen, die het vervolg van het Onderzoeks- en Ontwikkelingsprogramma mogelijk zullen beïnvloeden. _____________________________________________________________________________ Het principe van de multiveiligheidsfunctie Om de radioactiviteit in het afval te laten vervallen zonder schade te berokkenen aan de mens en het milieu, moet de bergingsoplossing optimale bescherming bieden volgens het principe van de multiveiligheidsfunctie. Dit principe bestaat uit het gebruik van verschillende opeenvolgende en aanvullende barrières die elk hun eigen functie hebben in het kader van de langetermijnveiligheid van de berging (ondoorlatenheid, corrosieweerstand, oplossing, oplosbaarheid, retentie, verspreiding, uitloging, ...). De verschillende barrières, die ofwel natuurlijke ofwel kunstmatige barrières zullen zijn, zullen elk op hun eigen manier de radioactieve stoffen insluiten en hun migratie op lange termijn vertragen. De barrières worden zo geselecteerd en ontworpen dat de algemene performantie van het bergingssysteem niet afhankelijk is van één barrière. Zelfs als een barrière niet helemaal volgens plan zou werken (wegens onverwachte of onwaarschijnlijke gebeurtenissen), biedt deze werkwijze toch een voldoende grote veiligheidsmarge.
____________________________________________________________________________ Het
algemene concept van diepe berging dat in België wordt bestudeerd,
bestaat uit een netwerk van ondergrondse betonnen bergingsgalerijen (1)
die in een weinig verharde kleilaag (2) worden uitgegraven en waarin het
afval zou worden geborgen. Deze galerijen zouden verbonden worden met
één of meer centrale galerijen (3) die toegankelijk zijn
via putten (4).
Diepe berging is geschikt voor de drie categorieën afval. Hoewel de algemene bergingsarchitectuur identiek is, verschillen sommige barrières naargelang de categorie afval die geborgen moet worden. Ook bij een diepe berging is het principe van de multiveiligheidsfunctie van toepassing. Welke zijn de verschillende barrières die gepland worden voor het afval van categorie C? ![]() De eerste barrière waarop de veiligheid van de bergingsinstallatie berust, is een zogenaamde "supercontainer" waarin de roestvrije vaten met verglaasd afval per twee worden geplaatst. Deze "supercontainer" bestaat in de eerste plaats uit een koolstofstalen oververpakking (1) die als veiligheidsfunctie heeft de radionucliden in te sluiten tijdens de thermische fase, dit wil zeggen zolang het afval grote hoeveelheden warmte uitzendt (enkele honderden jaren); de oververpakking is omgeven door een betonnen matrix (2) die in een cilindrische roestvrij stalen beslagring opgesloten is (3). De "supercontainer" en zijn componenten zorgen voor een permanente afscherming tegen straling; bovendien wordt hij aan de oppervlakte gebouwd om de ondergrondse manipulaties zoveel mogelijk te beperken en aldus een optimale bescherming voor de operatoren te waarborgen. Ook hier bestaat de berginginstallatie uit een netwerk van ondergrondse betonnen bergingsgalerijen (4) waarin de "supercontainers" worden geborgen. Als alle galerijen gevuld zijn, wordt de installatie volledig afgedicht met een opvullingsmateriaal en met stoppen. Daarmee is de bergingsinfrastructuur volledig geïsoleerd van de buitenwereld. De belangrijkste barrière waarop de veiligheid van de bergingsinstallatie berust, is de geologische laag waarin de installatie zou kunnen worden gebouwd, dit wil zeggen een weinig verharde kleilaag. Deze barrière is de belangrijkste omdat hij de migratie van de radionucliden naar de biosfeer zolang mogelijk zal moeten vertragen wanneer de kunstmatige barrières niet langer efficiënt zijn (na de thermische fase). Het is dus de geologie van de site die ervoor moet zorgen dat de radiologische impact van het geborgen afval op lange termijn onder de op nationaal en internationaal vlak vastgelegde limieten (IAEA), en dus ver onder de natuurlijke radioactiviteit blijft. De duurzaamheid van de kunstmatige barrières kan niet gegarandeerd worden gedurende de extreme periodes die moeten worden beschouwd (enkele tientallen tot honderdduizenden jaren).
____________________________________________________________________________________ Als een of andere term u niet helemaal duidelijk is, raadpleeg dan ons glossarium. | ||||||||||||
|
| ||||||||||||