Radioactiviteit Samenwerking Informatiecentrum Radioactief afval NIRAS Afvalbeheer

 

Homepage
Zoek Contact Site map Jargon Links Taalkeuze
 

In mei 2006 heeft NIRAS aan de regering een afsluitend rapport overhandigd dat alle elementen bevatte die de regering in staat moesten stellen om met kennis van zaken te beslissen over het gevolg dat moest worden gegeven aan het programma voor de berging van laag- en middelactief kortlevend afval.

Als gevolg van de beslissing van de gemeenten Fleurus en Farciennes in februari om zich uit het project terug te trekken, bleven enkel de buurgemeenten Dessel en Mol nog kandidaat om een bergingsinstallatie voor categorie A-afval op hun grondgebied te aanvaarden, onder welbepaalde voorwaarden.

De ministerraad van 23 juni 2006 heeft beslist om het laag- en middelactief kortlevend afval te bergen in een oppervlaktebergingsinstallatie op het grondgebied van de gemeente Dessel. Deze beslissing maakt het mogelijk de volgende fase van het werkprogramma uit te werken zodat een bergingsinstallatie concreet kan worden gerealiseerd.

Een kort overzicht van het dossier categorie A
Waarom is deze beslissing belangrijk?
De federale regering heeft het verdere verloop bepaald
Voortzetting van de participatie
Uitwerking van het geïntegreerd project
Een projectmatige aanpak bij de uitwerking van het project
Het concept van oppervlakteberging in Dessel

Lees ook:
het afsluitend rapport van NIRAS (NIROND 2006-02N, PDF - 1700K)

Zie ook:
Intentieverklaring van 9 november 2007
Verdere uitwerking van het geïntegreerd project oppervlakteberging

 

____________________________________________________________________________


Een kort overzicht van het dossier categorie A

De ministerraad van 16 januari 1998 was voor NIRAS de aanzet om de klassieke ingenieursbenadering de rug toe te keren en te evolueren naar een meer participatieve benadering. Deze benadering kreeg gestalte in de oprichting van lokale partnerschappen in gemeenten waar een nucleaire zone gevestigd is.

Met het systeem van partnerschappen veranderde NIRAS haar methodologie om een bergingssite te selecteren. Aanvankelijk ging NIRAS ervan uit dat eerst de bergingsinstallatie ontworpen zou worden en dat dan een geschikte locatie gevonden moest worden. Vanaf 1998 bestudeerde NIRAS de mogelijkheid om een installatie te ontwerpen die aangepast was aan de kenmerken van het terrein. Tegelijkertijd moest ook worden tegemoet gekomen aan de voorwaarden die de lokale gemeenschap stelde en diende de berginginstallatie geïntegreerd te worden in een ruimer project dat een meerwaarde kon betekenen voor de streek.

Samen met NIRAS hebben drie partnerschappen meegewerkt aan de uitwerking van een of meerdere geïntegreerde voorontwerpen van berging voor categorie A-afval in hun gemeente:

STOLA-Dessel (Studie- en Overleggroep Laagactief Afval): partnerschap tussen de gemeente Dessel en NIRAS
MONA (Mols Overleg Nucleair Afval Categorie A): partnerschap tussen de gemeente Mol en NIRAS
PaLoFF (Partenariat Local Fleurus–Farciennes): partnerschap tussen de gemeenten Fleurus en Farciennes en NIRAS

Acht jaar na de beslissing van de ministerraad hebben de drie partnerschappen in totaal vijf geïntegreerde voorontwerpen van berging ontwikkeld. Deze voorontwerpen werden ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraden van de betrokken gemeenten. De gemeenten Dessel en Mol hebben de geïntegreerde voorontwerpen van berging van hun partnerschappen aanvaard, mits het vervullen van de voorwaarden die aan hun voorontwerpen verbonden zijn. Het geïntegreerde voorontwerp van berging van het partnerschap PaLoFF werd afgesloten als gevolg van de beslissingen van de gemeenteraden van Fleurus en Farciennes om zich uit het project terug te trekken.

De vier geïntegreerde voorontwerpen van berging die aan de regering werden voorgelegd, zijn voldoende rijp om grondig bestudeerd te worden tijdens de ontwerpfase. Volgens NIRAS voldoen deze voorontwerpen aan de voorwaarden die de ministerraad heeft geformuleerd in zijn beslissing van 16 januari 1998 en zou de financiering ervan kunnen worden verzekerd door middel van aangepaste financieringsmechanismen.

Al deze elementen hebben de ministerraad in staat gesteld om op 23 juni 2006 te beslissen over het verdere verloop van het werkprogramma: de berging van het categorie A-afval aan de oppervlakte in Dessel.

_____________________________________________________________________________


Waarom is deze beslissing belangrijk?

In de eerste plaats valoriseert de beslissing van de ministerraad het werk dat de gemeenten en de partnerschappen geleverd hebben. Dankzij de zeer goede dossiers die via een zeer democratisch proces tot stand zijn gekomen, kon de regering beslissen en een keuze maken uit veilige en maatschappelijk aanvaarde bergingsoplossingen. Dit is ongetwijfeld een unicum in het beheer van radioactief afval in België.

Deze beslissing laat NIRAS tevens toe haar werkprogramma zonder onderbreking voort te zetten en de dynamiek in de partnerschappen te behouden, zodat binnen vijf tot zes jaar een definitief ontwerp van bergingsinstallatie beschikbaar is.

Ten slotte maakt de beslissing van de ministerraad een efficiënt financieel en industrieel beheer van het afval mogelijk: nu de eindbestemming gekend is, kan over heel de lijn een coherent beleid voor het laag- en middelactief kortlevend afval worden uitgestippeld.


____________________________________________________________________________


De federale regering heeft het verdere verloop bepaald

Op 23 juni 2006 heeft de Ministerraad beslist dat het laag- en middelactief kortlevend
afval in een oppervlaktebergingsinstallatie kan worden geborgen op het grondgebied
van de gemeente Dessel, in de provincie Antwerpen. Hierbij werd aan NIRAS de opdracht gegeven om het geïntegreerd project van oppervlakteberging voorgesteld door de vzw STOLA-Dessel verder uit te werken en daarbij het participatieproces in stand te houden.(www.stora.org).

__________________________________________________________________________________________


Voortzetting van de participatie

Overeenkomstig de wensen van STOLA-Dessel en MONA en van de twee gemeenten, wordt het participatief proces voortgezet in de vorm van partnerschappen in Dessel en in Mol, en uitgebreid tot het beheer van het afval in het algemeen.

Het partnerschap STORA (Studie en Overleg Radioactief Afval), de opvolger van STOLA-Dessel, werd opgericht op 27 april 2005. De statuten van het partnerschap MONA werden gewijzigd op 24 november 2005, en de naam van de vzw, Mols Overleg Nucleair Afval Categorie A, werd veranderd in Mols Overleg Nucleair Afval.

Beide partnerschappen en gemeenten zijn de mening toegedaan dat ook na de keuze van één geïntegreerd bergingsproject op het grondgebied van één van beide gemeenten, de andere gemeente en haar partnerschap aan het verdere besluitvormingsproces moeten kunnen deelnemen.

Ook NIRAS wenst het project, met alle voorwaarden in deze vervat, verder uit te
werken in nauwe samenwerking met STORA en MONA met als doel de uitwerking van
een waardevol geïntegreerd project.
Om de principes van samenwerking en overleg tussen NIRAS, de partnerschappen
en de gemeenten, toegepast tijdens de voorontwerpfase, te bestendigen, wordt de
samenwerking geconcretiseerd op twee niveaus:

  • een bestuurlijk niveau van geïntegreerde besluitvorming en projectsturing via een
    gemeenschappelijke stuurgroep NIRAS-STORA-MONA

  • een operationeel niveau van voorbereidende discussies, opvolging en uitvoering van
    studies en acties via de werkgroepen van de partnerschappen


__________________________________________________________________________________________


Uitwerking van het geïntegreerd project

De partnerschappen blijven een belangrijke rol spelen in de uitwerking van het
geïntegreerd project. Alle aspecten van het geïntegreerde project zullen verder verfijnd
worden in detailstudies: technische aspecten, veiligheidsaspecten, financiële en juridische
aspecten, het opstellen van een veiligheidsrapport en een milieueffectenrapport,
aanvraag van de nodige vergunningen … Ook de maatregelen die moeten zorgen voor
een positieve impact op de lokale leefgemeenschap en voor sociale, economische en
culturele meerwaarden op korte, middellange en lange termijn zullen verder uitgewerkt
worden, zoals o.a. het communicatiecentrum en het fonds.

__________________________________________________________________________________________


Een projectmatige aanpak bij de uitwerking van het geïntegreerd project

Om de gestelde deadlines te halen is een projectmatige aanpak nodig bij de
uitwerking van het geïntegreerde project. Daarvoor heeft NIRAS ter plaatse een
projectteam geïnstalleerd dat erop moet toezien dat alle (deel-)objectieven tijdig
gerealiseerd worden. De ontwerpfase zal lopen van 2007 tot 2011. Een tussentijdse
mijlpaal is voorzien tegen eind 2008, waarbij aan de federale regering een
gedetailleerde beschrijving zal worden gegeven van het geïntegreerde ontwerp van
oppervlakteberging, inclusief kostenraming en financieringsmodaliteiten. Nadien
volgt de bouw- en uitvoeringsfase, die zal lopen van 2012 tot 2016. De exploitatie is
voorzien vanaf 2016.

Co-design
Bij de uitwerking van de verschillende projectonderdelen zal er gewerkt worden in
een open geest van co-design, of “samen ontwerpen”. Dat moet garanderen dat het
uiteindelijke resultaat van de samenwerking tussen NIRAS en alle lokale betrokkenen, de
goedkeuring wegdraagt van partnerschappen en gemeenten.

Deelprojecten
Het volledige geïntegreerde project werd voor de verdere studies en uitvoering onderverdeeld in een aantal deelprojecten. Elk deelproject bestaat uit acties en studies die een logisch geheel vormen en daarom best samen bestudeerd en uitgewerkt worden. Alle deelprojecten zijn echter onderling met elkaar verbonden.

__________________________________________________________________________________________


Het concept van oppervlakteberging in Dessel van categorie A-afval

Bij oppervlakteberging wordt het afval van categorie A op zo’n manier ingesloten en
afgezonderd dat mens en milieu beschermd zijn, zowel gedurende de periode van 200
à 300 jaar tijdens dewelke er actief toezicht van de berging voorzien wordt, als na deze
periode. Onze nakomelingen moeten na de sluiting van de berging in tegenstelling
tot bijvoorbeeld tijdelijke opslag niet meer actief tussenkomen om de veiligheid te
garanderen. Oppervlakteberging wordt reeds op verschillende plaatsen in de wereld
toegepast, onder meer in Frankrijk, Spanje en Japan. Het categorie A-afval zal in Dessel
in modules boven de grond geborgen worden, waarbij deze modules zo ingericht
worden dat ze op termijn op een veilige manier gesloten kunnen worden zodat geen
actieve tussenkomst meer vereist is om de veiligheid te garanderen. Dat heet een
‘oppervlakteberging’.

Verschillende beschermingsbarrières
Het afval wordt, al dan niet eerst verpakt in stalen vaten van 400 liter, in een betonnen
kist geplaatst en opgevuld met cementmortel. Het geheel wordt monoliet genoemd.
Deze monoliet heeft twee functies: afscherming bieden tegen de radioactieve straling
en insluiting van de radioactieve elementen. De monolieten met het afval worden in
grote betonnen modules geplaatst. In het totaal zijn 40 bergingsmodules voldoende
om al het categorie A-afval te bergen. Ook deze bergingsmodules isoleren het afval van
mens en milieu.
Er zal een toegankelijke inspectieruimte onder de modules worden voorzien. In deze
ruimte kan men met het blote oog de onderkant van de modules controleren en
ingrijpen als er eventueel barsten of lekken zouden zijn. Een netwerk van leidingen
vangt al het water op dat zou kunnen binnensijpelen in de bergingsinstallatie. Rond
de bergingssite worden ook peilbuizen geplaatst. Zo kan men de toestand van het
grondwater opvolgen.
Iedere module krijgt een dak uit staal. Dit dak beschermt tegen weer en wind tijdens het
opvullen van de modules met afval. Toekomstige generaties zullen beslissen wanneer
de dakstructuur zal worden vervangen door een definitieve afdekking. Deze afdekking
bestaat uit verschillende materialen, zoals zand, klei, grind, beplanting… Het vormt een
soort van waterdicht ‘deksel’ dat moet beletten dat regenwater in contact komt met de
betonnen modules en met het radioactief afval. De mogelijkheid bestaat om gedurende
200 tot 300 jaar de monolieten met het afval terug uit de berging te halen.

Hoe groot zal de berging zijn?
Na de afdekking zal de berging er uitzien als twee heuvels van 20 meter hoog en
samen ongeveer 160 meter bij 950 meter. Er zal voor gezorgd worden dat er zo weinig
mogelijk ruimte in beslag genomen wordt.

Waar in Dessel?
In het zuidwesten van de gemeente ligt een nucleaire zone. Er werd onderzocht of
het terrein geschikt is (ondergrond, grondwater…). Uiteindelijk werd beslist dat de
site op het gebied ten zuiden van de Europalaan zal komen, vlakbij Belgoprocess en
Belgonucleaire.

__________________________________________________________________________________________

Voor meer informatie:

De website van STORA - www.stora.org

De website van MONA - www.monavzw.be

Onze lijst met publicaties (rubriek "Beheer op lange termijn van laagactief kortlevend afval")

Als een of andere term u niet helemaal duidelijk is, raadpleeg dan ons glossarium .