De
schijven.
|
Vast
brandbaar afval wordt tot as herleid in een industriële
verbrander bij een temperatuur van 900°C. De verbrandingsgassen
worden gefilterd en gecontroleerd alvorens in de atmosfeer te worden
geloosd. De as wordt in een stalen vat van 200 liter gestort, dat
samengedrukt wordt door een pers van 2.000 ton. Het product van deze
bewerking is een schijf met een maximale dikte van 40 cm.
Vast
onbrandbaar maar persbaar afval wordt verzameld
in een zelfde soort stalen vat van 200 liter dat vervolgens samengedrukt
wordt door een pers van 2.000 ton. Het afval dat niet kan worden
samengeperst, wordt in stukken versneden.
|
Het
volume vloeibaar radioactief afval kan op twee manieren
worden gereduceerd : door middel van een chemische of een thermische behandeling,
of per verbranding.
| |
De
chemische behandeling is een behandeling door vervlokking, waarbij
vlokken worden gevormd waarop de radioactieve stoffen zich vasthechten.
Zodra de vlokken bezonken zijn, produceren ze residueel slib dat gefilterd
en gedroogd wordt, terwijl het gezuiverde water wordt gecontroleerd
alvorens geloosd te worden. |
| |
De
thermische behandeling bestaat erin het vloeibare afval te koken,
waarna een residu ontstaat in de vorm van radioactief slib en stoom
dat gecondenseerd wordt en vervolgens, na controle, geloosd. |
| |
Sommig
vloeibaar organisch of waterig laagactief afval wordt in dezelfde
verbrander als deze van het vast brandbaar afval geïnjecteerd.
Vloeibaar en vast afval worden echter nooit gemengd tijdens de verbranding. |
|
Stabilisatie
en insluiting
|
Nadat
het volume van het afval is gereduceerd, dient een compact, chemisch
stabiel en niet-verspreidbaar materiaal te worden verkregen om de
latere behandeling ervan te vergemakkelijken.
Het vast radioactief afval (samengeperste afvalschijven
en versneden niet-persbaar afval) wordt ingesloten in vaten van
cilindervormig staal van 400 liter die bestand zijn tegen corrosie
(hoogte: 1,07 m ; diameter : 0,77 m). Daarna worden ze gestabiliseerd
door middel van een matrix van cement, mortel of beton die in de
vaten wordt gestort. Een volledig gevuld vat weegt doorgaans ongeveer
1 ton.
Het
radioactieve slib, afkomstig van de volumereductie van vloeibaar
afval, wordt gedroogd, op homogene wijze vermengd met bitumen
(stabilisatie) en gegoten in stalen vaten van 200 of 400 liter (insluiting).
Uit
onverwerkt en heterogeen radioactief afval wordt dus een standaardproduct
verkregen: een 400-litervat dat gemakkelijk te hanteren is. Wanneer
de vaten gesloten zijn, ontvangt elk vat zijn eigen identificatiefiche
waarop de herkomst, de radioactieve inventaris en de fysische en
chemische kenmerken van de inhoud van het vat zijn vermeld.
|

Doorsnede
van een 400-litervat, waarop de verschillende schijven en de immobilisatiematrix
te zien zijn.
|
Waar wordt het radioactieve afval verwerkt ?
Het
overgrote deel van het radioactieve afval dat in België geproduceerd
wordt, ongeacht of het vast of vloeibaar en laag-, middel- of hoogactief
is, wordt verwerkt in de installaties van Belgoprocess in Dessel,
op de site zelf waarop het voorlopig opgeslagen
wordt in afwachting dat een beslissing wordt genomen over het beheer
op lange termijn (berging).
Een deel van het afval afkomstig van de kerncentrales wordt op de
site van die centrales verwerkt.
Verbruikte
kernbrandstof
De
verbruikte kernbrandstof uit de Belgische kerncentrales wordt niet
bij Belgoprocess verwerkt. Voor het beheer van deze brandstof bestaan
twee technische opties :
de opwerking
;
indien
de brandstof niet wordt opgewerkt, wordt deze tijdelijk opgeslagen
op de terreinen van de kerncentrales.
 |
De
opwerking van verbruikte kernbrandstof vindt plaats in de fabriek
van COGEMA
in La Hague (Frankrijk). De brandstofstaven worden eerst versneden.
Om het volume te reduceren van de stoffen die als radioactief
afval moeten worden beschouwd, wordt de verbruikte kernbrandstof
in salpeterzuur gedompeld. Het resultaat van deze oplossing
is een radioactieve vloeistof die 97% recycleerbare brandstof
bevat - in de vorm van uranium en plutonium - en 3% hoogactief
afval, de zogenaamde splijtingsproducten. De 97% recycleerbare
brandstof dient om nieuwe kernbrandstof aan te maken (bij voorbeeld
MOX). De overige 3% hoogactief vloeibaar afval wordt verglaasd,
dit wil zeggen dat het wordt vermengd met een speciaal type
smeltend glas (borosilicaatglas) en in cilindervormige verpakkingen
van roestvrij staal wordt gegoten waarin het verhardt tot een
homogeen product waarin de radioactieve stoffen geïmmobiliseerd
zijn. |
|
Smeltend
glas bij het verlaten van de oven.
|
|
|
De containers die het afval van de opwerking van Belgische
verbruikte kernbrandstof door COGEMA bevatten, hebben een
capaciteit van 150 liter, een hoogte van 1,34 m en een diameter
van 0,43 m; eenmaal de container gevuld is, weegt hij gemiddeld
450 kg en geeft hij een maximale hoeveelheid warmte van 2.000
watt af, hetgeen vergelijkbaar is met de warmte die wordt
afgegeven door een elektrische radiator. De inhoud van elke
container stemt overeen met de opwerking van 1,5 ton verbruikte
brandstof, dit is de hoeveelheid brandstof die nodig is om
te voorzien in het elektrisch verbruik van ongeveer 116.000
Belgische gezinnen gedurende één jaar.
(Foto : maquette van een container van roestvrij staal,
waarin 400 kg verglaasd afval is ingesloten. De wand van de
maquette is open zodat men duidelijk de zwarte glasstructuur
ziet).
|
|
De
roestvrij stalen containers die zich tijdelijk bij COGEMA bevinden,
moeten per spoor naar België worden vervoerd (zie in dit verband
onze rubriek Transport).
Op de site van Belgoprocess bestaat immers een opslaggebouw
dat speciaal ontworpen is om de containers te ontvangen.
|
Als
een of andere term u niet helemaal duidelijk is, raadpleeg dan ons glossarium.
|