Er zijn verschillende manieren waarop onstabiele atoomkernen naar meer
evenwicht zoeken. Eén manier is het uitzenden van gammastralen.
Dit zijn stralen van zuivere energie, zonder massa. Zoals alle elektromagnetische
golven verplaatsen zij zich met de snelheid van het licht: 300.000 kilometer/seconde.
Hun energie wordt bepaald door hun frequentie: het aantal golven per seconde.
Gammastralen hebben een groot doordringingsvermogen in de omringende materie.
Ze kunnen slechts afgeremd worden door zware stoffen zoals ijzer, beton,
lood van enkele centimeters tot meters dikte, afhankelijk van de intensiteit.
Gammastraling kan honderden meters lucht doorkruisen zonder noemenswaardig
te verzwakken.
Alfa-
en bètastralen
Alfa-
en bètastralen zijn geen golven. Het zijn energierijke deeltjes
die uitgestoten worden uit onstabiele atoomkernen.
Bij
alfastralen zijn de energiedeeltjes relatief groot en zwaar
het zijn heliumatomen bestaande uit twee protonen en twee neutronen. Hierdoor
zijn alfastralen niet zeer doordringend en worden ze snel afgeremd. Een
blad papier of een luchtlaag van 3 cm volstaan al om ze tegen te houden.
Deze deeltjes worden met een snelheid van 16.000 km/seconde van de atoomkern
weggeslingerd.
Bètastralen zijn lichtere energiedeeltjes (elektronen). Zij
worden van de atoomkern weggeslingerd met een snelheid van 270.000 km/seconde.
Ze worden bijvoorbeeld tegengehouden door een aluminiumplaat van enkele
millimeter of door 3 meter lucht.
Als
een of andere term u niet helemaal duidelijk is, raadpleeg dan ons glossarium.