|
|
|
 |
 |
|
Acceptatie
Verificatie, aan de hand van administratieve
en fysieke controles, van de conformiteit van een collo radioactief
afval met de toepasbare acceptatiecriteria.
Zie onze rubriek "Acceptatie".
Acceptatiecriteria (of specificaties)
Het document dat de vereisten formuleert
ten opzichte van een producent van radioactief afval,
tov een installatie, tov een procédé, tov een eindproduct
en ten opzichte van de daaraan verbonden documentatie.
Zie onze rubriek "Acceptatiecriteria".
Achtergrondstraling, natuurlijke
Natuurlijke ioniserende straling, met inbegrip van
kosmische straling en straling van natuurlijke radioactieve
materialen.
Activering
Actie waardoor bepaalde nucleïden radioactief
worden, in het bijzonder in materialen gebruikt voor de structuur
van kernreactoren, door het bombarderen met neutronen
of andere deeltjes.
Activiteit
Het aantal spontane desintegraties van het atoom
in een hoeveelheid radioactieve stof per tijdseenheid. De activiteit
wordt gemeten in becquerel, afgekort Bq. De vroeger
gangbare eenheid was de curie, afgekort Ci.
Afscherming
Voorziening die wordt
gebruikt voor de bescherming
tegen een radioactieve bron of om de intensiteit ervan te
verminderen.
Afvalcollo
Geheel bestaande uit de primaire verpakking en de
inhoud ervan.
ALARA-principe
'As Low As Reasonably Achievable'. Principe dat de blootstelling
van mens en milieu aan ioniserende straling 'zo laag
als redelijkerwijs mogelijk' moet zijn. Daarbij wordt ook rekening
gehouden met economische en sociale factoren. Een van de basisprincipes
in stralingsbescherming. Beginsel van de
Internationale Commissie voor Radiologische Bescherming
(ICRP).
Alfadeeltje
Positief geladen deeltje dat door sommige radioactieve stoffen bij
de nucleaire desintegratie wordt uitgezonden. Een
alfadeeltje bestaat uit twee neutronen en twee protonen
en is identiek aan de kern van een heliumatoom.
Alfastraling is minder doordringend dan bèta-
en gammastraling. Een blaadje papier of de opperhuid
volstaan al om deze te absorberen. Alfastraling is dus sterk ioniserend,
dit wil zeggen dat ze gemakkelijk elektronen losrukt
aan de atomen van het doordrongen materiaal, omdat de alfadeeltjes
al hun energie afstaan over een klein traject.
Zie onze rubriek "Drie
soorten straling".
Alfastraling
Straling waarbij alfadeeltjes worden uitgezonden.
Zie
onze rubriek "Drie
soorten straling".
Atoom
Het kleinste deeltje van een chemisch element dat
niet verder deelbaar is langs chemische weg. Elk atoom bestaat uit
een kern van positief geladen protonen
en neutrale neutronen, omgeven door een 'wolk' of
'sluier' van negatief geladen elektronen die om de
kern cirkelen op één of meer banen. Atomen gedragen
zich naar buiten toe elektrisch neutraal, omdat het aantal protonen
in de kern en het aantal elektronen in de wolk gelijk is. Atomen
zijn zeer klein: in een waterdruppel bevinden zich ongeveer 6.000
triljoen (21 nullen na de 6) atomen.
Atoomkern
Zie kern.
Atoomnummer
Nummer dat aan elk element wordt toegekend in het
periodiek systeem der elementen. Het is gelijk aan het ladingsaantal,
dit is het aantal protonen dat zich in de atoomkern
bevindt (symbool Z).
|
 |
|
 |
 |
Barrière
Elke natuurlijke of kunstmatige bescherming tegen de verspreiding
van radioactieve stoffen en tegen ioniserende straling.
Zie ook Multibarrièreprincipe.
Becquerel (Bq)
Eenheid voor het meten van radioactiviteit. 1 Bq komt
overeen met één desintegratie van een
radionucleïde per seconde. Deze eenheid vervangt
de curie.
Belgoprocess
Onderneming-dochtermaatschappij van NIRAS die zorgt voor de verwerking,
de conditionering en de tijdelijke opslag
van Belgisch radioactief afval.
Belgoprocess zorgt ook voor de ontmanteling van stilgelegde
nucleaire installaties.
Berging
Zie onze rubriek "Beheer
op lange termijn".
Berging in diepe geologische lagen
Zie
onze rubriek "Beheer
op lange termijn".
Bergingsinstallatie
Constructie die bestemd is om radioactief afval
te ontvangen in een optiek van passief beheer op lange termijn.
Bergingssysteem
Geheel bestaande uit de bergingsinstallatie en de
gastformatie. Dit systeem bevindt zich in een omgeving die zelf gevormd
wordt door de watervoerende lagen die zich boven en
onder de gastformatie bevinden, en door de biosfeer.
Besmetting (radioactieve)
Aanwezigheid van radioactieve stoffen in materiaal, aan de oppervlakte
van voorwerpen of op elke plaats waar die aanwezigheid niet gewenst
is of schadelijke gevolgen kan hebben. Bij de mens maakt men een onderscheid
tussen uitwendige en inwendige besmetting. Bij inwendige besmetting
zijn radioactieve deeltjes aanwezig in het lichaam, bijvoorbeeld door
inademing of door inname van voedsel, vloeistof of gas besmet met
radioactieve stoffen. Bij uitwendige besmetting komen de radioactieve
stoffen in aanraking met de huid of met uitwendige delen van het organisme.
Bestraalde (of verbruikte) kernbrandstof
Kernbrandstoftabletten waarvan het bestralingsniveau
zijn grenzen heeft bereikt en die na gebruik uit de reactor worden
verwijderd omdat ze niet meer kunnen instaan voor de productie van
energie zonder een gepaste behandeling te hebben ondergaan.
Bestraling
Blootstelling van een levend organisme of van
een stof aan ioniserende straling.
Bètadeeltje
Deeltje uitgezonden door een kern voor een bepaald type
radioactieve desintegratie. Een negatief geladen bètadeeltje
is gelijk aan een elektron. Een positief geladen bètadeeltje
wordt positron genoemd. Bètadeeltjes kunnen worden
tegengehouden, bijvoorbeeld door een aluminiumplaat van enkele millimeters
dik of door een drie meter dikke luchtlaag. Een bètadeeltje
kan ook resulteren uit de desintegratie van een neutron
of van een onstabiel deeltje.
Zie
onze rubriek "Drie
soorten straling".
Bètastraling
Straling waarbij bètadeeltjes worden uitgezonden.
Zie
onze rubriek "Drie
soorten straling".
Biosfeer
Deel van de aardkorst, van de oceanen en van
de atmosfeer waar levende organismen zich ontwikkelen en leven.
Bituminering
Insluiting in bitumen (aardhars, asfalt). Deze methode wordt toegepast
om bepaalde types radioactief afval in
te sluiten. Dit geldt zowel voor vast als vloeibaar
afval, zelfs voor slib afkomstig van de behandeling van radioactieve
vloeistoffen.
Bq
Zie becquerel.
BR1
Belgian Reactor 1 : eerste Belgische kernreactor, in gebruik genomen
door het SCK·CEN
in 1956.
BR2
Belgian Reactor 2 : testreactor van het SCK·CEN
voor het bestralen van materialen
met een hoge neutronenflux. Hij werd in
gebruik genomen door het SCK·CEN
in 1963.
BR3
Belgian Reactor 3 : eerste Europese experimentele drukwaterreactor,
in
gebruik genomen door het SCK·CEN
in 1962. Hij wordt thans ontmanteld.
|
 |
|
 |
 |
|
Cementering
Insluiting in cement of beton. Deze methode wordt toegepast om bepaalde
types radioactief afval, zowel vast (heterogene cementering)
als vloeibaar (homogene cementering), in te sluiten.
Chemisch
element
Zie element.
Ci
Zie Curie.
CILVA
Acroniem voor Centrale Infrastructuur voor Laagactief Vast Afval,
een installatie voor de verwerking van vast laagactief
afval op de site van Belgoprocess.
COGEMA
Compagnie
générale des matières nucléaires:
Frans bedrijf dat in La Hague onder meer een fabriek voor de opwerking
van verbruikte (of bestraalde) kernbrandstof exploiteert.
Collo (radioactief afval)
Zie afvalcollo.
Compactie (of supercompactie)
Industriële techniek die erin bestaat de materialen samen te
drukken door middel van een pers, teneinde het volume ervan te beperken.
Conditionering
Geheel van verrichtingen waarbij gebruik gemaakt wordt van een
conditioneringsmatrix om een vast, compact, chemisch
neutraal en niet-verspreidbaar materiaal te bekomen, waardoor het
afval kan worden vervoerd en opgeslagen, in afwachting
van zijn berging. Conditionering omvat doorgaans het
immobiliseren van het afval, door inkapseling in een matrix of door
blokkering (inspuiting van een conditioneringsmateriaal in de vrijgelaten
ruimtes), en het verpakken van het afval.
Curie (Ci)
Oude eenheid voor het meten van radioactiviteit.
In 1985 officieel vervangen door de becquerel (Bq).
Een curie komt overeen met de activiteit van 1 g radium
en is even groot als 37 miljard becquerel.
|  |
|
 |
 |
Declassering
Zie
onze rubriek "Declassering'.
Demontage
Geheel van technische verrichtingen
die ertoe leiden dat de exploitatie van een installatie
wordt stopgezet en de installatie in een toestand wordt gebracht die
veilig is voor de werknemers, de bevolking en het leefmilieu.
Desintegratie (nucleaire-)
Omzetting van een kern
waarbij deze gesplitst wordt in verschillende kernen of waarbij deeltjes
worden uitgezonden. Deze omzetting kan spontaan zijn of veroorzaakt
worden door een kern of door een deeltje.
Desintegratie (radioactieve -)
Spontane nucleaire omzetting van
een kern als gevolg van zijn radioactiviteit.
Dit verschijnsel veroorzaakt een radioactief verval.
Dosimeter
Klein draagbaar instrument voor het meten en registreren van de
totale persoonlijke geabsorbeerde dosis.
Dosisequivalent
Product van de geabsorbeerde dosis en een coëfficiënt
afhankelijk van de aard van de straling. De eenheid voor het dosisequivalent
is de sievert (Sv). |
 |
|
 |
 |
Effectieve
dosis
Sommige weefsels en organen zijn
gevoeliger voor straling dan andere. Om rekening te houden met dit
kenmerk wordt de equivalente dosis gewogen door een
specifieke risicofactor voor elk weefsel of orgaan om de effectieve
dosis te bekomen. Dit is de som van de gewogen equivalente doses waaraan
de verschillende weefsels of organen onderhevig zijn. De eenheid die
hiervoor gebruikt wordt, is de sievert.
Elektron
Negatief geladen elementair deeltje (behoudens tegenspecificatie)
dat zich rond de positief geladen kern bevindt. De elektronen
bepalen de chemische eigenschappen van het atoom.
Element
Stof die volledig bestaat uit atomen met hetzelfde atoomnummer
en die niet verder ontbonden kan worden langs chemische weg. Er zijn
momenteel 112 elementen bekend, waarvan 92 natuurlijke en 20 kunstmatige.
Elk element heeft een specifiek aantal protonen, het
zogenaamde atoomnummer Z, in zijn kern. Enkele voorbeelden
hiervan zijn waterstof (Z = 1), koolstof (Z = 6), goud (Z = 79), lood
(Z = 82) en uranium (Z = 92).
Element (kernbrandstof)
Bundeling van een aantal brandstofstaven in een structurele
eenheid die gebruikt wordt bij de werking van een kernreactor.
Equivalente dosis
Zie dosisequivalent.
Erkenning
Formele beslissing waarbij NIRAS erkent dat
een procédé en een installatie voor verwerking/conditionering
in staat is een type collo geconditioneerd afval te
produceren dat aan de toepasbare acceptatiecriteria
beantwoordt.
Zie onze rubriek "Erkenning".
(ESV) EURIDICE
"European Underground Research Infrastructure for Disposal of
nuclear waste In Clay Environment ". Het ESV EURIDICE is het
Economisch Samenwerkingsverband (ESV) tussen NIRAS en het SCK·CEN,
het Studiecentrum voor Kernenergie. Het ESV EURIDICE werd opgericht
in Mol in december 2000, maar bestond reeds sinds 1995 onder de naam
ESV PRACLAY.
EUROCHEMIC
Proefinstallatie voor opwerking van bestraalde
kernbrandstof, op de site van Belgoprocess.
|
 |
|
 |
 |
|
|
 |
 |
Gammastraling
Elektromagnetische straling samengesteld uit fotonen uitgezonden tijdens
een proces van nucleaire overgang of annihilatie van deeltjes. Energierijke
elektromagnetische straling met zeer kleine golflengte en zonder massa,
die door talrijke types kernen afgegeven wordt. Gammastraling
is van dezelfde aard als licht of röntgenstralen, maar bezit
veel meer energie. Gammastraling is zeer doordringend en kan enkel
doeltreffend worden geabsorbeerd door dichte materialen zoals ijzer,
beton of lood, of ook door een voldoende dikke laag water. De dikte
die nodig is om gammastraling af te schermen, kan gaan van enkele
centimeters tot enkele meters, afhankelijk van de energie en de intensiteit
van de straling.
Zie
onze rubriek "Drie
soorten straling".
Geabsorbeerde dosis
Hoeveelheid energie die door ioniserende straling
wordt overgedragen op een stof per massa-eenheid van deze stof. De
eenheid voor geabsorbeerde dosis is gray (Gy). 1 gray
stemt overeen met 1 joule per kilogram.
Geconditioneerd afval
Radioactief afval dat in een vorm is gebracht die op veilige
en economische wijze behandeld, vervoerd, opgeslagen
en geborgen kan worden.
Geiger-müllerteller
Instrument voor het detecteren en meten van straling. Bestaat uit
een met gas gevulde buis waarin een elektrische ontlading plaatsvindt
als er ioniserende straling binnendringt. De ontladingen
worden geteld en zijn een maat voor de stralingsintensiteit.
Geosfeer
Zie Ver veld.
Goedkeuring (of kwalificatie)
Formele beslissing waarbij NIRAS erkent dat een procédé
en een installatie voor verwerking/conditionering
in staat is een collo geconditioneerd afval te produceren
dat aan de toepasbare acceptatiecriteria beantwoordt.
Gray (Gy)
Eenheid voor geabsorbeerde dosis. Drukt de hoeveelheid
energie uit die door ioniserende straling wordt overgedragen
op een stof per massa-eenheid van die stof. 1 gray stemt overeen met
1 joule per kilogram.
Gy
Zie gray.
|
 |
|
 |
 |
HADES
"High-Activity Disposal Experimental Site". Ondergronds
onderzoekslaboratorium in een diepe kleilaag, de Boomse
klei, onder de site van het SCK·CEN in Mol. Het
laboratorium wordt beheerd en geëxploiteerd door het ESV
EURIDICE. HADES levert een bijdrage aan de uitvoerbaarheidsstudies
voor de berging van radioactief afval
in diepe kleilagen.
Halveringstijd
In geval van een uniek proces van radioactief
verval, de gemiddelde tijd die nodig is opdat de activiteit
van een radioactieve bron zou dalen tot de helft van haar oorspronkelijke
waarde.
Hoogactief afval
Zie
onze rubriek "Afvalclassificatie".
|
 |
|
 |
 |
|
IAEA
International
Atomic Energy Agency:
Internationaal Agentschap voor Kernenergie, een agentschap van de
Verenigde Naties dat zetelt in Wenen, Oostenrijk.
ICRP
International
Commission on Radiological Protection:
Internationale Commissie voor Radiologische Bescherming.
Insluiting
Geheel van maatregelen en middelen om mens en leefmilieu te beschermen
tegen de verspreiding van radionucleïden in de
biosfeer.
Insolvabiliteitsfonds
Het insolvabiliteitsfonds van NIRAS is een financieringsmechanisme gebaseerd
op solidariteit tussen de afvalproducenten uit de nucleaire sector bij ontoereikenheid
van de solvabiliteit van één onder hen.
Ion
Atoom, fragment van een molecule, molecule
of groep van molecules die een totale elektrische lading dragen
die niet gelijk is aan nul.
Ionisatie
Proces dat erin bestaat één of meer elektronen
toe te voegen aan atomen of aan molecules
of ze eruit te verwijderen, hetgeen leidt tot het ontstaan van ionen.
Hoge temperaturen, elektrische ontladingen of radioactieve straling
kunnen leiden tot ionisatie. Ionisatie is tevens de
vorming van ionen door de ontbinding van molecules.
Ioniserende straling
Straling met voldoende energie om in materie ionisatie
te veroorzaken. Voorbeelden hiervan zijn alfa-, bèta-
en gammastraling en röntgenstralen.
IRE
Nationaal Instituut voor Radio-elementen, Fleurus, België.
Isotopen
Atomen van een chemisch
element met hetzelfde aantal protonen en elektronen
maar met een verschillend aantal neutronen. Ze hebben
dus hetzelfde atoomnummer (Z), maar een verschillende
massagetal (A). Men spreekt van de isotopen
van een element. Zo zijn bijvoorbeeld koolstof-12, koolstof-13 en
koolstof-14 isotopen van het element koolstof. Isotopen van een
zelfde element hebben dezelfde chemische eigenschappen, maar hun
fysische eigenschappen kunnen verschillend zijn. Koolstof-12 en
koolstof-13 bijvoorbeeld, zijn stabiel, terwijl koolstof-14 radioactief
is.
|
 |
|
 |
|
 |
 |
Kern
Positief geladen centraal gebied van een atoom. Behalve
bij de kern van gewone waterstof, die één enkel proton
bezit, bevatten alle atoomkernen zowel positief geladen protonen als
neutrale neutronen.
Kernbrandstof
Splijtstof, dit wil zeggen een stof die energie produceert door kernsplijting
in een kernreactor via een gecontroleerde kettingreactie.
De energie die ingesloten is in de kernen
komt vrij in de vorm van warmte. Voorbeelden van splijtstoffen zijn
uranium-235 en plutonium-239.
Kerncentrale
Installatie voor het opwekken van elektriciteit waarbij de warmte
geproduceerd wordt door kernsplijting in een kernreactor.
Kernenergie
Energie uit kernen. De energie die in de kernen opgesloten
zit, kan op twee manieren vrijkomen, volgens de beroemde formule E
= mc² van Einstein: door radioactieve desintegratie
of door splijting van de kern. Met kernenergie bedoelt
men gewoonlijk de enorme energie die bij kernsplijting in een kernreactor
vrijkomt.
Kernsplijting
Splitsing van een kern in ten minste twee andere
kernen, waarbij een relatief belangrijke hoeveelheid energie vrijkomt.
Tijdens deze omzetting komen gewoonlijk twee of drie neutronen
vrij die andere splijtingsreacties kunnen voortbrengen
in andere kernen, waardoor een kettingreactie ontstaat.
Deze gaat eveneens gepaard met het uitzenden van gammafotonen.
Kettingreactie
Opeenvolging van kernsplijtingen tijdens dewelke
de vrijgekomen neutronen nieuwe splijtingen veroorzaken,
die op hun beurt nieuwe neutronen voortbrengen die weer nieuwe splijtingen
veroorzaken enzovoorts.
Klei
Zacht of licht gehard gesteente dat hoofdzakelijk bestaat uit zeer
kleine deeltjes (kleiner dan 2 micron) van aluminium-silicaten. Klei
bezit het vermogen om de verplaatsing van radionucleïden
te vertragen en is zeer weinig waterdoorlatend. Bovendien is klei
een gesteente dat min of meer plastisch is met een bijzonder helend
vermogen: openingen die in de klei ontstaan (scheuren, breuken), hebben
de neiging spontaan weer dicht te gaan.
Kortlevend afval
Zie onze rubriek "Afvalclassificatie".
Kosmische straling
Ioniserende straling uit de kosmos,
die primaire deeltjes met zeer hoge energie (van buitenaardse oorsprong)
bevat en secundaire deeltjes ontstaan door de wisselwerking van de
primaire deeltjes met de hoge atmosfeerlagen.
Kwalificatie
Zie Erkenning. |
 |
|
 |
 |
|
|
 |
 |
Massagetal
Totaal aantal protonen
en neutronen in de atoomkern van een nucleïde
(symbool A).
Matrix (conditionerings- of immobilisatiematrix)
Stof waarin radioactief afval
wordt ingesloten om te beletten dat de radioactieve stoffen zich in
het milieu verspreiden. Bijvoorbeeld cementmortel, glas, bitumen,
polymeer.
Middelactief afval
Zie
onze rubriek "Afvalclassificatie".
Molecule
Groep van twee of meer atomen waarvan de cohesie wordt
gewaarborgd door sterke (bijvoorbeeld elektrische) verbindingen. Een
molecule is de kleinste eenheid van een autonoom geheel
dat al zijn chemische eigenschappen behoudt. Zo bestaat water uit
moleculen van twee waterstofatomen en één zuurstofatoom.
MOX (Mixed Oxides, mengsel van oxides)
Kernbrandstof op basis van een mengsel van oxides van (natuurlijk
of verarmd) uranium en plutonium.
|
 |
|
 |
 |
|
Nabije
veld
Geheel bestaande uit de componenten
van de bergingsinstallatie, inclusief het radioactieve
afval, en het gedeelte van de door de uitgraving verstoorde
gastformatie.
Natuurlijke ioniserende straling
In de natuur aanwezige ioniserende
straling, bij afwezigheid van een nucleaire installatie
of een kunstmatige radioactieve bron. Deze straling is te wijten
aan de kosmische straling en aan de radio-isotopen
die van nature aanwezig zijn in de aardkorst en in de lucht.
NEA
Nuclear
Energy Agency:
het Agentschap voor Kernenergie van de Organisatie voor Economische
Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), Parijs, Frankrijk.
Neutron
Elektrisch neutraal kerndeeltje dat, samen met de protonen,
deel uitmaakt van de atoomkern. Het is de neutron
die de splitsing van de splijtbare kernen veroorzaakt,
waarvan de energie gebruikt wordt in kernreactoren.
Niet-geconditioneerd afval
Radioactief afval dat niet geconditioneerd werd.
Nucleaire desintegratie
Zie desintegratie (nucleaire-).
Nucleaire installatie
Geheel van voorwerpen, apparaten, voorzieningen of gebouwen die
binnen een inrichting een technische eenheid vormen
waar beroepsactiviteiten of -praktijken worden uitgeoefend waarbij
gebruik gemaakt wordt van ioniserende straling of
van radioactieve stoffen.
Nucleaire transformatie
Transformatie van een radionucleïde in een
andere nucleïde, bijvoorbeeld alfadesintegratie
of bètadesintegratie.
Nucleïde
Algemene term voor een willekeurige
isotoop X, zowel stabiel (279) als onstabiel (circa
5.000), van de chemische elementen, die gekenmerkt
wordt door massagetal A en atoomnummer
Z.
|
 |
|
 |
 |
Ontmanteling
Zie onze rubriek "Declassering'.
Ontsmetting
Verwijdering of vermindering van de radioactieve besmetting
in of op het oppervlak van gebouwen, terreinen, objecten of levende
organismen. Ontsmetting kan geschieden door procédés
van mechanische, chemische of elektrochemische aard.
Oppervlakteberging
Zie
onze rubriek "Beheer
op lange termijn".
Opslag
Insluiting van verbruikte kernbrandstof
of van radioactief afval in een installatie met de bedoeling
het later te recupereren (in afwachting van oplossingen voor het langetermijnbeheer).
Opslag is per definitie een tijdelijke maatregel.
Zie onze rubriek "Opslag".
Opwerking
Verwerking van bestraalde
kernbrandstof uit een reactor, om het splijtbare
of vruchtbare materiaal te herstellen en de splijtingsproducten
te scheiden. Het splijtbare product wordt verder verwerkt tot nieuwe
kernbrandstof, de splijtingsproducten zijn afval.
Zie onze rubriek "Verwerking".
Oxidatie
Reactie waarbij een atoom of een ion elektronen
verliest.
|
 |
|
 |
 |
PAMELA
Proefinstallatie
(op de site van Belgoprocess) voor verglazing
van bestraalde kernbrandstof opgewerkt door EUROCHEMIC.
Plutonium (Pu)
Zwaar, radioactief, door de mens gemaakt metaalelement. Zijn belangrijkste
isotoop is splijtbaar plutonium-239, dat ontstaat door de
bestraling van uranium-238 door neutronen
in een kernreactor.
Positron (of positon)
Kerndeeltje, antideeltje van de elektron, met dezelfde
massa en tegengestelde lading.
PRACLAY
"Preliminary Demonstration Test for Clay Disposal": voorbereidende
demonstratieproef met het oog op de berging van hoogradioactief
afval in klei. Onderzoekprogramma van NIRAS
en het SCK·CEN.
Primair collo
Geheel bestaande uit de primaire verpakking en het
radioactieve afval.
Primaire verpakking
Eerste omhulsel van het afval, inclusief de eventuele interne
afscherming.
Proton
Elementair, stabiel, positief geladen kerndeeltje.
Elk chemisch element heeft een verschillend aantal protonen
in zijn kern; dit aantal noemt men het atoomnummer.
Pu
Zie Plutonium.
|
 |
|
 |
|
 |
 |
Rad
Verouderde eenheid voor de geabsorbeerde stralingsdosis;
in 1985 officieel vervangen door de eenheid gray.
Radioactief afval
Afval waarvoor geen enkel gebruik voorzien is en dat radioactieve
stoffen bevat in hoeveelheden die om redenen van stralingsbescherming
niet kunnen worden vrijgegeven.
Radioactief verval
Verval van de radioactiviteit in de tijd door het uitzenden
van straling, die het gevolg is van de geleidelijke omzetting van
radioactieve elementen in stabiele isotopen.
Radioactieve desintegratie
Zia desintegratie.
Radioactiviteit
Fysisch verschijnsel gekenmerkt door de desintegratie,
dit is de reorganisatie, van onstabiele atoomkernen.
Deze desintegratie gaat gepaard met het uitzenden van ioniserende
straling. Na één of meer desintegraties is de
onstabiele kern veranderd in een stabiele, niet-radioactieve kern.
Zie onze rubriek "Radioactiviteit".
Radio-element
Chemisch element dat radioactief is. Een
zelfde radio-element kan, al naar gelang het geval, van natuurlijke
of kunstmatige oorsprong zijn.
Radio-isotoop
Synoniem van radionucleïde (= radioactieve isotoop).
Radionucleïde
Radioactieve nucleïde, of met andere woorden, radioactieve
isotoop van een chemisch element. Dus een element
met onstabiele kern die spontaan desintegreert
en daarbij ioniserende straling uitzendt. Er zijn ongeveer
2 500 verschillende nucleïden bekend, verdeeld over 112 chemische
elementen. Daarvan zijn er meer dan 2 200 radioactief.
Rem
Verouderde eenheid voor dosisequivalent; in 1985 officieel
vervangen door de eenheid sievert. 100 rem is gelijk
aan 1 sievert. |
 |
|
 |
 |
|
SAFIR
"Safety Assessment and Feasibility Interim Report", een
voorlopig verslag over de veiligheid en uitvoerbaarheid van diepe
berging. Het SAFIR 1-rapport maakt de balans op van
de werkzaamheden uitgevoerd van 1974 tot 1988 op het vlak van de
mogelijke berging van radioactief afval in de Boomse
kleilaag. Het SAFIR 2 rapport brengt verslag uit van de onderzoeken
uitgevoerd in de periode 1990-2000.
Schild
Afscherming die zorgt voor de biologische of thermische
bescherming rondom een kernreactor.
SCK·CEN
Studiecentrum
voor Kernenergie,
Mol, België.
Sievert (Sv)
Eenheid gebruikt in stralingsbescherming om, naargelang het geval,
het dosisequivalent of de effectieve dosis
te bepalen. Ze is gelijk aan 1 joule/kilo en geeft een maat voor
de schadelijkheid van een hoeveelheid geabsorbeerde stralingsenergie
of van het biologisch effect van straling op een levend wezen.
Specificaties
Zie acceptatiecriteria.
Splijtbaar (stof)
Die splijting kan ondergaan door absorptie van neutronen.
Splijtingsproducten
Nucleïden gevormd door kernsplijting,
of dochterproducten van deze nucleïden.
Splijtstof
Zie kernbrandstof.
Splijtstofcyclus
De stappen die nodig zijn om uranium te gebruiken
als kernbrandstof voor de productie van elektriciteit.
Tot deze stappen behoren het delven en gebruiksklaar maken van uraniumerts,
het verrijken van het uranium, het fabriceren van
splijtstoftabletten en brandstofelementen en het gebruik
ervan in een reactor, de eventuele chemische opwerking
om het in de bestraalde brandstof achtergebleven uranium en het
ontstane plutonium te recupereren, en het eventueel
fabriceren van nieuwe brandstofelementen.
Staaf (kernbrandstof)
Naam gegeven aan een luchtdichte buis die de uranium-
en/of plutoniumtabletten bevat die als kernbrandstof
gebruikt worden in een drukwaterreactor.
Supercompactie
Zie
compactie.
Sv
Zie sievert.
SYNATOM
Société
Belge des Combustibles Nucléaires (Belgische Maatschappij
voor Kernbrandstoffen).
|
 |
|
 |
 |
Terugneembaarheid
Mogelijkheid, gedurende een bepaalde
periode, om het geborgen afval in alle veiligheid terug te nemen met
identieke of vergelijkbare middelen als die welke gebruikt werden
voor het bergen van het afval. Terugneembaarheid is
dus één van de mogelijke gevolgen van de flexibiliteit.
TransNuBel
Transportbedrijf
voor radioactieve stoffen
in België, Dessel.
TRANSRAD
Transportbedrijf
voor radioactieve stoffen
in België, Fleurus.
|
 |
|
 |
 |
Uranium
Natuurlijk radioactief element
waarvan het atoomnummer gelijk is aan 92 (aantal protonen).
Zijn belangrijkste natuurlijke isotopen zijn uranium-235
(0,72% van natuurlijk uranium), dat splijtbaar is, het
vruchtbare uranium-238 (99,3% van natuurlijk uranium) en uranium-234
(0,0056%). Alle drie zijn alfastralers.
|
 |
|
 |
 |
Ver
veld (of geosfeer) van een bergingsinstallatie
Geheel bestaande uit de gastformatie
en de watervoerende lagen rondom de bergingsinstallatie
Verarmd uranium
Uranium waarvan het
gehalte aan de isotoop-235, de enige die splijtbaar
is, lager is dan zijn natuurlijk niveau (0,72% in massa). Het wordt
voornamelijk verkregen, enerzijds, als co-product van een verrijking
(ongeveer 0,3% van uranium-235) en, anderzijds, als bijproduct (1%
van uranium-235) van de verwerking van verbruikte
kernbrandstof na gebruik in een reactor.
Verbruikte kernbrandstof
Zie Bestraalde kernbrandstof.
Verglaasd radioactief afval
Radioactief afval behandeld
volgens de verglazingstechniek.
Verglazing
Techniek om de hoogradioactieve vloeistoffen afkomstig van de
opwerking van bestraalde kernbrandstof
te verwerken en in te sluiten
in een glasmatrix. De vloeistoffen worden bij een temperatuur
van circa 1 100°C met glasfrit (b.v. borosilicaatglas) versmolten
tot een homogeen glasproduct. Dit vloeibare mengsel wordt vervolgens
in verzegelde roestvrij stalen containers gegoten, waarin het als
gevolg van het afkoelen hard wordt.
Zie
onze rubriek "Verwerking".
Verrijking
Proces waarbij het gehalte van een chemisch element
aan één van zijn isotopen verhoogd wordt.
In het geval van uranium maakt dit proces het mogelijk,
via diverse procédés (gasdiffusie, ultracentrifugatie,
selectieve opwekking door laser), de concentratie van isotoop 235
te verhogen ten opzichte van isotoop 238 die predominant aanwezig
is in natuurlijk uranium.
Verrijkt uranium
Uranium waarvan het gehalte aan de isotoop-235,
de enige die splijtbaar is, opgevoerd werd van zijn
geringe natuurlijk niveau (0,72% in massa) tot, bijvoorbeeld, 3,5%
voor brandstof die bestemd is voor een drukwaterreactor.
Verrijkte kernbrandstof
Kernbrandstof met uranium dat verrijkt werd
met één of meer van zijn splijtbare isotopen
of waaraan chemisch verschillende splijtbare nucleïden
zijn toegevoegd.
Vervalproduct
Nucleïden gevormd door de radioactieve desintegratie
van andere radionucleïden. In geval van
radium 226, bijvoorbeeld, bestaat er 10 suceesrijke vervalproducten
uitlopend op het stabiel isotoop, het lood 206.
Verwerking
Geheel van mechanische, fysische of chemische verrichtingen die
tot doel hebben de kenmerken van het afval te wijzigen. Het doel van
de verwerking is het afval geschikt te maken voor conditionering.
Zie
onze rubriek "Verwerking".
Vrijgave
Onttrekking aan iedere latere reglementaire radiologische controle,
door de bevoegde overheid (Federaal
Agentschap voor Nucleaire Controle),
van stoffen, materialen, installaties of sites omdat het risico voldoende
klein geworden is. Het concept van de vrijgave houdt impliciet in
dat, wanneer stoffen, materialen, installaties of sites worden vrijgegeven,
zij niet meer onderworpen zijn aan beperkingen of latere radiologische
controles. Bijgevolg kan vrijgegeven radioactief afval
als gewone residu's of effluenten worden behandeld, en mogen voor
hergebruik of recyclage vrijgegeven stoffen, materialen, installaties
of sites verkocht worden aan iedere persoon, onderneming of vereniging,
die ze vrij kan gebruiken voor welke doeleinden ook.
Vrijgavecriteria
Voorwaarden
die vervuld moeten zijn om radioactief afval vrij te
geven, d.w.z. opdat de risico's die aan dit afval verbonden zijn,
als voldoende klein zouden worden beschouwd. De recentste officiële
criteria zijn vastgelegd in het koninklijk
besluit van 20 juli 2001
(gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 30/8/2001) houdende algemeen
reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en
het leefmilieu tegen het gevaar van ioniserende stralingen.
Vrijstelling
Zie Vrijgave. |
 |
|
 |
|
|
Watervoerende
laag
Een met water verzadigde geologische eenheid die economisch (uitbaatbaar)
waterhoeveelheden bevat. |

|
|
 |
|
 |
|